Actrice Martine Jonckheere, bekend van onder meer haar rol als Marie-Rose in de reeks ‘Familie’, heeft al heel haar leven een bijzondere band met honden. Toch heeft ze nog nooit een hond ‘gekocht’. Doorheen de jaren ontfermde ze zich samen met haar man Filip over verschillende viervoeters die een thuis zochten. Ook Lester, haar Schotse collie van 15,5 jaar, kwam onverwacht op haar pad.
Hoe is Lester bij jullie terechtgekomen?
MARTINE JONCKHEERE: “Vijftien jaar geleden werd er een BV-kalender gemaakt voor de Wase Dierenbescherming in Sint-Niklaas. Ook ik werd daarvoor gevraagd. In elke kalendermaand werd een foto van een BV met een asieldier geplaatst. Tijdens de fotoshoot ging ik met Lester op de foto. Ik herinner me nog goed dat onze foto voor de maand november werd gebruikt.
Lester was als puppy gekocht door een jong koppel dat in een klein appartement woonde. Ze schrokken ervan hoe groot hij werd. Toen ze een kindje kregen, waren ze bang dat zo’n grote hond gevaarlijk zou zijn voor hun baby. Daarom brachten ze hem op zijn acht maanden naar het asiel.
Lester had nooit veel beweging gekregen. Zijn vorige baasjes werkten allebei, waardoor hij hele dagen alleen thuis zat. Hij was dan ook helemaal opgefokt. In het asiel liep hij ijsberend van de ene kant van zijn kooi naar de andere. En tijdens die foto-
shoot leek hij wel een losgeslagen projectiel.”
En toch besloot je om hem mee naar huis te nemen?
MARTINE: “Ja, we hadden al ervaring met het ras. Op dat moment hadden we al twee honden: Lasco, een Schotse collie van tien jaar, en Antoinetje, een mini-maltezer.
Lasco was bij ons terechtgekomen nadat een nicht van Filip na een scheiding als stewardess in Turkije ging werken en hem niet kon meenemen. Antoinetje was een vondelingetje dat we van mensen hebben overgenomen. Daarnaast hadden we ook nog drie katjes.”
Ook rescuekatjes?
MARTINE: “Ja. Filip en ik staan hier soms een beetje bekend als het lokale dierenopvangcentrum (lacht). Mensen weten dat wij dierenvrienden zijn. Ik heb eigenlijk nog nooit een hond gekocht. Als je een beestje uit een asiel kunt redden, waarom zou je dan zoveel geld uitgeven om er een te kopen, gewoon omdat het een hond moet zijn die in de mode is of er speciaal uitziet… Soms heb ik het er moeilijk mee als ik hoor wat mensen daarvoor betalen, terwijl er zoveel honden op een thuis wachten. Ik mag echt geen asiel binnengaan of ik ben verkocht.”
Dierenliefde
Is dat iets wat je al van jongs af aan hebt, die liefde voor dieren?
MARTINE: “Ja, ik ben opgegroeid met honden én katten. Mijn mama, mijn zus en ik waren alle drie enorme honden- en kattenliefhebbers. Als ik echt moet kiezen, denk ik dat ik toch nog iets meer een hondenmens ben.
We hebben thuis vroeger vlinderhondjes gehad. In mijn jeugd heb ik veel verdriet gehad om alle honden die zijn gestorven. Daar heb ik het altijd erg moeilijk mee gehad. Maar ik zou ook niet zonder hond kunnen.”
Als je alleen ging wonen, nam je dan ook meteen een hond?
MARTINE: “Ik was 23 jaar toen ik van huis wegging. Eerst ben ik met Filip in Antwerpen gaan wonen, omdat ik een jaarcontract bij een theater had. Daarna zijn we verhuisd naar Zwijnaarde en volgden er al snel twee honden: Tarzan en Zotje.
Tarzan was een kruising tussen een labrador en een groenendaeler. Een heel sterk beest, dat zeventien jaar is geworden. Zotje was een wit-bruin straathondje. Ze waren de beste kameraden, behalve als ze in de auto zaten. Dan ontstond er regelmatig ruzie.
We gingen vaak naar Cadzand om lange wandelingen met hen te maken. In de auto zat de ene tegen het ene raam en de andere tegen het andere. Zodra ze elkaar aankeken, was het meteen zwaar gegrom. Ik weet nog altijd niet waarom ze elkaar niet konden uitstaan in de auto, want voor de rest waren het heel goede vrienden.
Op het einde zakte Tarzan compleet door zijn poten en moesten we hem laten inslapen. Vanaf dan begon Zotje – die zelf ook al zeventien was – elke dag buiten met zijn kop in de struiken te staan, zelfs in de gietende regen. Hij treurde. Drie maanden later was hij ook dood. Puur van verdriet. Die twee waren echt aan elkaar gehecht. En dan zijn er nog mensen die beweren dat dieren geen emoties voelen…”

Je hebt zelf ook een moeilijke periode doorgemaakt. Hebben je honden je toen gesteund?
MARTINE: “Absoluut. Ik heb twee keer kanker gehad. De eerste keer leek Lasco dat echt aan te voelen. Hij kwam vaak met zijn lange snuit op mijn schoot liggen, alsof hij me wilde troosten.
Toen ik in 2022 voor de tweede keer kanker had, was het Lester die me kwam troosten. Toevallig had hij toen ook kanker aan zijn teelbal en moest hij geopereerd worden. Hij plakte echt aan me. Het was echt: wij twee samen, wij gaan ervoor!”
Hondstrouw
Wat voor karakter heeft Lester?
MARTINE: “Lester is veel te zacht. Hij is degene die altijd door andere honden wordt aangevallen, zelfs door kleine honden.
Lester is ongelooflijk trouw en heel attent. Vroeger luisterde hij ontzettend goed. Nu hoort hij door de ouderdom bijna niet meer. Hij is altijd heel speels en sportief geweest. Als ik in het geniep mijn sportschoenen aantrok in de badkamer, stond hij al aan de deur te janken. Zó graag ging hij mee hardlopen.
Dat lukt nu niet meer. Sinds hij niet meer mee kan, is mijn motivatie om te gaan lopen veel minder groot. Ik mis het om samen met hem te lopen. Vroeger moest ik achter hem aan lopen, nu is het eerder andersom.
Lester is ook enorm intelligent. Ik heb nog nooit zo’n slimme hond gehad.”
Hoe merk je dat?
MARTINE:“Op een nacht kwamen we rond vier uur thuis na een première in Antwerpen. De garagepoort stond open en alle lichten stonden aan, zowel in de garage als buiten. We dachten: er is een inbreker.
Maar Lester was de dader. Meneer had blijkbaar gezien hoe wij op de knop drukten om de poort te openen en deed hetzelfde. We hebben hem het nadien nog zien doen. Echt ongelofelijk slim!”
Er wordt weleens gezegd dat mensen op hun hond lijken en omgekeerd. Is dat ook bij jou en Lester het geval?
MARTINE: “Lester lijkt eerder op Filip. Een hond kiest zijn baas, hè. Hoewel ik hem uit het asiel heb gehaald, is hij toch iets meer op Filip gericht. Waarschijnlijk omdat Filip twee jaar intensief met hem naar de hondenschool is gegaan. Ik had dan weer een heel goede band met Antoinetje.
Soms weet Lester niet goed tussen wie hij moet kiezen: Filip of mij. Als hij bij de ene zit, voelt hij zich ambetant omdat hij niet bij de andere kan zijn. Hij heeft het liefst dat we samen zijn en ligt bij voorkeur tussen ons in.”
Waarin lijken Lester en Filip op elkaar?
MARTINE: “Ze hebben allebei een zacht karakter. Je kunt met geen van beiden ruzie maken. Ze zijn allebei heel trouw.
Ook qua uiterlijk zie ik gelijkenissen. Ik heb ooit een foto van hen beiden gemaakt toen we met een cabrio in Frankrijk reden. Lester zat heel fier met zijn kop tussen ons in. Ik nam een foto in profiel van hem en Filip en de gelijkenis was treffend. Allebei zaten ze met hun blik vooruit en hun hoofd in de wind.”

Hij is intussen 15,5 jaar. Merk je dat hij ouder wordt?
MARTINE: “Ja, hij lijkt wat meer verlatingsangst te krijgen en alles gaat veel trager. Je ziet in zijn ogen dat de goesting er nog is, maar dat zijn lijf niet altijd meegaat. Hij heeft artrose, vooral in zijn heupen en achterpoten. Daarvoor krijgt hij regelmatig een injectie bij de dierenarts.
Toch blijven we bewust nog met hem spelen en hem bezighouden. Zo doen we nog elke ochtend samen een dansje: als hij me ‘s morgens ziet, begint hij spontaan te huppelen.
Ondanks zijn leeftijd kan hij zich nog steeds ontzettend kwaad maken op luchtballonnen. Er vliegen er hier veel over de Vlaamse Ardennen. Op zo’n moment vergeet hij hoe oud hij is: hij mag dan wel 108 in mensenjaren zijn, maar dan huppelt hij opnieuw als een jong veulen.
Ik denk dat hij zijn hoge leeftijd toch mede te danken heeft aan voldoende beweging en goede voeding op maat. We hebben altijd veel met hem met de frisbee gespeeld, veel met hem gewandeld en op zijn voeding gelet.
Zijn lijf kan misschien niet meer alles wat zijn hoofd wil. Maar zijn enthousiasme, dat is er nog!
Tekst: Evi Maveau
Foto’s: Kurt Pas (Hondenfotograaf.be)



