In het Wolf Science Center in Oostenrijk worden honden en wolven in dezelfde omstandigheden bestudeerd. Dat geeft inzicht in hoe domesticatie het gedrag van honden heeft veranderd.
Wolven spreken al eeuwen tot de verbeelding: ze worden bewonderd, gevreesd en geromantiseerd. Maar hoewel hun DNA sterk lijkt op dat van honden, blijft de vraag hoe goed we ze écht begrijpen. Het Wolf Science Center in Ernstbrunn (Oostenrijk) kiest voor een bijzondere aanpak. In plaats van honden in huiselijke context en wolven in het wild te observeren, laten ze beide soorten opgroeien in vrijwel identieke omstandigheden. Dat levert vaak verrassende en soms tegenintuïtieve inzichten op. Inzichten die gevestigde opvattingen in vraag stellen.
Honden en wolven
Lina Oberließen is gedragswetenschapper en dierentrainer. Ze werkt al bijna tien jaar bij het centrum en heeft dagelijks direct contact met beide soorten. Haar observaties reiken verder dan wat gestandaardiseerde tests kunnen onthullen. “Mensen denken nog vaak dat wolven in strikte hiërarchieën leven, met een ‘alfadier’ aan de top”, zegt ze. “Maar dat klopt niet. We zien juist duidelijkere dominantiepatronen bij honden. Het idee van een alfawolf is achterhaald en misleidend.” Aan het Wolf Science Center worden alle dieren vanaf jonge leeftijd met de hand grootgebracht. Ze krijgen positieve training en leven in soortspecifieke sociale groepen. Het doel? Omgevingsfactoren uitschakelen en begrijpen hoe evolutie – en meer bepaald domesticatie – het gedrag van honden en wolven heeft gevormd. “Uiteraard houden we rekening met het welzijn van de dieren en behandelen we honden en wolven verschillend waar nodig”, zegt Lina. “Honden moeten dagelijks eten krijgen, terwijl wolven gewend zijn om grote maaltijden te eten en daarna dagenlang te vasten. In de winter verwarmen we de hondenhokken, want zij hebben niet de dikke vacht van de wolven.”
“Honden hechten zich razendsnel aan mensen, terwijl wolven voorzichtiger zijn. Zelfs met de hand grootgebrachte exemplaren kunnen menselijk contact blijven wantrouwen”
Internationale fokprogramma’s
Het Wolf Science Center werd opgericht in 2008 en is verbonden aan de Veterinaire Universiteit van Wenen. Momenteel huisvest het negen wolven en twaalf honden. De wolven zijn afkomstig uit internationale fokprogramma’s, niet uit het wild. “Ze komen bij ons rond de leeftijd van twee weken, net voor hun ogen opengaan”, vertelt Lina. “Dat is een cruciale periode. Als je langer wacht, worden ze te schuw. Vroeg contact is essentieel om veilig en respectvol met hen te kunnen samenwerken.”
Wolvenpups opvoeden is geen gemakkelijke klus. Er moet vijf maanden lang permanent een verzorger aanwezig zijn. “We slapen afwisselend bij ze, voeden ze, spelen met ze en laten ze geleidelijk kennismaken met nieuwe ervaringen”, zegt Lina. “Het is intens, maar het is de enige manier om vertrouwen op te bouwen.”
Omdat het Wolf Science Center zelf geen wolven fokt, is het elk jaar afwachten of er wel pups komen. “We zijn afhankelijk van partnerinstellingen, die vaak pups bij hun moeder laten – en terecht. Maar dat betekent dat we ons soms maandenlang voorbereiden op wolven die uiteindelijk niet komen.”
Van het lab naar de roedel
Lina begon haar carrière in de gedragswetenschappen met onderzoek naar ratten, apen en kinderen. Via een doctoraat in de vergelijkende psychologie belandde ze bij het Wolf Science Center. “Toen mijn onderzoeksfinanciering op was, ben ik gebleven als trainer. Ik wilde niet enkel gedrag meten, ik wilde relaties opbouwen. Dat houdt me hier.”
En die relaties kunnen diep gaan. “Wanneer een wolf die jou eerst uit de weg ging op een dag uit zichzelf naar je toe komt, dan betekent dat iets. Het is geen gewoonte of gehoorzaamheid, het is een bewuste keuze. En dat voel je.”
Het grootste verschil tussen honden en wolven zit in hun relatie tot de mens. “Honden kunnen zich razendsnel hechten”, zegt Lina al glimlachend. “Wees vriendelijk, geef wat eten en ze houden meteen van je.” Wolven zijn veel voorzichtiger. Zelfs met de hand grootgebrachte exemplaren kunnen menselijk contact blijven wantrouwen. “Het duurt soms een à twee, soms drie jaar voor er echt een band ontstaat. En zelfs dan blijft er vaak wat afstand. Elke wolf is anders.”
Zelfs nabijheid zegt weinig. “Dat een wolf dichtbij komt, betekent nog niet dat er vertrouwen is. Misschien komt hij gewoon eten halen. Een echte band vereist tijd, consequent gedrag en wederzijds respect. Wolven zijn voortdurend aan het observeren en evalueren.”
“Het idee van de alfawolf is achterhaald en misleidend”
Hoe domesticatie honden veranderde
Een belangrijk onderzoeksthema aan het Wolf Science Center is hoe domesticatie het gedrag van honden heeft veranderd. Door honden en wolven in vergelijkbare omstandigheden op te voeden, kunnen onderzoekers aangeleerd gedrag onderscheiden van aangeboren gedrag. De verschillen zijn opvallend. “Wolven zijn volhardender”, zegt Lina. “Geef hen een uitdaging en ze blijven proberen. Honden geven sneller op en kijken naar de mens, alsof ze hulp vragen.”
Tijdens een nabootsingstest zagen de dieren hoe een getrainde hond een doos opende met poot of neus. Wolven waren geneigd om exact dezelfde methode te kopiëren. “Een teken van doelgerichte observatie en imitatie”, aldus Lina. Honden waren minder consequent. “Het wijst erop dat wolven aandachtiger zijn voor detail. Domesticatie heeft honden misschien mensgerichter gemaakt, maar ook minder zelfstandig.”
Begrijpen wolven ons?
Honden staan bekend om hun gevoeligheid voor menselijke signalen. Maar geldt datzelfde ook voor wolven? “Ja, maar ze hebben er meer tijd voor nodig”, zegt Lina. In een test waarbij iemand naar een object wees, begrepen honden van drie maanden oud de bedoeling al. Wolven leerden het later, maar scoorden als volwassen dieren even goed. Ze reageren ook op oogbewegingen, wat wijst op een belangrijk kenmerk van sociale intelligentie. “Ze volgen je blik naar een verborgen voorwerp. En ze doen dat ook bij elkaar, niet alleen bij mensen.”
De mythe van de roedel
Het idee dat honden ‘roedeldieren’ zijn omdat ze van wolven afstammen, is een hardnekkige misvatting. Die mythe schetst een beeld van strakke hiërarchieën en dominantie, vaak gebruikt om ouderwetse trainingsmethodes te rechtvaardigen. Maar wetenschappelijk onderzoek toont iets anders. “Wolven leven in hechte familiegroepen”, legt Lina uit. “Het gaat meestal om de ouders met hun nakomelingen, die samenwerken om te jagen, hun jongen groot te brengen en hun territorium te verdedigen. Het is een gestructureerd en ondersteunend systeem, eerder vergelijkbaar met een mensengezin dan met een competitieve roedel.”
Honden hebben een heel andere ontwikkeling doorgemaakt. Zo’n 80 procent van de honden wereldwijd leeft zonder menselijke verzorger, en hun gedrag verschilt sterk van dat van hun wilde verwanten. “Zwerfhonden vormen soms losse groepen, maar die zijn veel vluchtiger dan wolvenroedels. Er is minder samenwerking, en ze helpen elkaar niet bij het grootbrengen van pups.”
Die verschillen hebben praktische gevolgen. “Veel baasjes denken dat hun hond een roedel nodig heeft of altijd baat heeft bij andere honden. Maar honden zijn enorm divers. Sommigen bloeien op in gezelschap, anderen verdragen het helemaal niet. Een vaste roedeldynamiek bestaat niet.”
Meer dan gedrag alleen
Naast gedragsstudies ondersteunt het Wolf Science Center ook onderzoek naar fysiologie, communicatie en natuurbehoud. Dat omvat onder meer:
- Analyse van speeksel en urine voor hormonen
- Bepaling van chronische stress via haarcortisol
- GPS-halsbanden en oogbewegingsonderzoek
- Testen van niet-dodelijke afschrikkingsmiddelen voor vee
In één proef testten onderzoekers knipperlichten die wolven zouden moeten afschrikken bij boerderijen. “Onze wolven staarden er gewoon naar”, zegt Lina. “Geen reactie. Maar zij zijn menselijke objecten gewend. Wilde wolven kunnen mogelijk anders reageren.” Daarnaast worden ook GPS-halsbanden getest. “Voordat we die in het wild inzetten, kijken we hier of de dieren ze verdragen. Het centrum fungeert als een soort ‘proeftuin’ voor natuurbescherming.”
Wat we denken te weten herzien
Oude ideeën over wolven blijven hardnekkig, vooral rond dominantie, agressie en sociale structuur. Maar het werk van het Wolf Science Center toont een genuanceerder beeld. “Honden zijn gevormd door duizenden jaren samenwerking met de mens. Wolven niet”, besluit Lina. “Ze zijn nauwe verwanten, maar hun evolutionaire traject is totaal verschillend. Ze lossen problemen anders op. Ze communiceren anders. En ze benaderen mensen op hun eigen voorwaarden. Wie met honden leeft, moet dat verschil niet alleen boeiend vinden, maar ook begrijpen.
Tekst: Annick Hus
Foto’s: Rooobert Bayer / Wolfs Science Center / Vetmeduni Vienna



