Dirk Beullens is de nieuwe wereldkampioen bikejöring: ‘Onze honden leven als topsporters’

bikejöring

Dirk Beullens uit Herent is de nieuwe wereld­kampioen bikejöring. Zijn vrouw, Elke Frix, behaalde op datzelfde WK een bronzen medaille. Hoog tijd voor een duo-interview met dit powerkoppel!

Advertentie

WOEF: Wat is bikejöring precies?
DIRK BEULLENS: ‘Het is een sport waarbij je mountainbiket met een hond die met een elastische lijn aan je fiets is vastgemaakt. De hond loopt voor de fiets uit en draagt een speciaal daarvoor ontworpen tuig dat de ademhaling en bewegingsvrijheid niet hindert. Het is de bedoeling om zodanig samen te werken met je hond dat je als duo zo snel mogelijk een bepaalde afstand kan afleggen. Hoe harder je zelf meefietst, hoe minder je hond moet trekken. De snelheid doseren is ook cruciaal, zodat de hond zichzelf niet te snel uitput. Je moet dus samenwerken.’
ELKE FRIX: ‘Bikejöring is een echte teamsport. Een getrainde hond loopt makkelijk veertig kilometer per uur. Als fietser zit je kwetsbaar achter je hond. De hond ziet alles als eerste en bepaalt uiteindelijk in welk spoor je rijdt. Je moet dus blindelings op elkaar kunnen vertrouwen. Zonder wederzijds vertrouwen knal je tegen een boom of ga je onderuit.’

Van canicross naar bikejöring

Bikejöring vindt zijn oorsprong in de sledehondensport. Mushers (sledehondenbestuurders) gingen op zoek naar alternatieven om hun honden te trainen op sneeuwloze dagen. Zo kwamen ze op het idee om hun honden in te spannen voor een kar, fiets, step of hardloper.
ELKE: ‘Terwijl er voor de sledehondensport meerdere honden nodig waren, werden de alternatieve trainingsmethodes ook met één hond beoefend. Uiteindelijk groeiden die alternatieven uit tot volwaardige hondensporten, zoals canicross (hardlopen met een hond), dogscooter (steppen met een hond) en bikejöring.’

WOEF: Hoe zijn jullie bij bikejöring terechtgekomen?
ELKE: ‘Heel toevallig. In 2001 was ik met mijn toenmalige hond aan het wandelen in het stadspark van Gent. Daar was op dat moment een canicrosswedstrijd bezig. Ik ben er dus letterlijk en figuurlijk tegenaan gebotst. Het intrigeerde me meteen. Bikejöring was toen nog niet zo heel erg bekend in België. De sport is pas later overgewaaid vanuit Scandinavië en Oostbloklanden. Een loopblessure bracht me uiteindelijk aan het bikejören. Ik zat met mijn voet in het gips, maar kon niet blijven stilzitten en van het een is het ander gekomen. Sinds een jaar of twee dog-scooter ik ook.’
DIRK: ‘Ik ben in de sport gerold door Elke. Toen we elkaar leerden kennen, had ze twee honden en deed ze al aan canicross. Ook ik heb de eerste jaren enkel gelopen, maar door Elke te zien fietsen ben ik er ook mee begonnen. Ik heb het letterlijk geleerd met vallen en opstaan.

bikejöring

WOEF: Hebben jullie al blessures opgelopen door te biken, steppen of canicrossen?
ELKE: ‘Er is al het een en ander van metaal aan te pas gekomen om herstellingen uit te voeren aan mijn lichaam. Maar dat hoort erbij. De sport wordt ook alleen maar leuker als de snelheid hoger komt te liggen. Sneller betekent meer adrenaline, maar ook een grotere foutenmarge.’

WOEF: Zijn jullie honden even gepassioneerd door de sport als jullie
ELKE: ‘Ja, ze doen niks liever! Onze honden zijn altijd blij en goedgezind, maar zodra we hun sportharnassen bovenhalen, worden ze knettergek van enthousiasme.’

Greysters

Sledehondensporten werden traditioneel beoefend door poolhonden, zoals Siberische husky’s, Alaskan malamutes, samojeden en Groenlandhonden. De honden die vandaag podiumplaatsen behalen op canicross- en bikejöringwedstrijden zien er helemaal anders uit dan hun voorgangers.

WOEF: Met wat voor honden zijn jullie in de sport beland?
ELKE: ‘Toen ik Dirk leerde kennen, canicrosste ik met een weimaraner en een straathond die ik destijds van een strand in Turkije heb geplukt. Daarna zijn we met Duitse staande kortharen beginnen lopen. Daar hebben we er nu nog vijf exemplaren van, die allemaal met pensioen zijn en genieten van een leven als huishond. Van de Duitse staande korthaar zijn we overgeschakeld op greysters, de huidige formule 1-kruisingen onder de honden. Daar hebben we er nu vier van. In totaal hebben we negen honden.’

WOEF: Er zijn meerdere kruisingen die op een hoog niveau lopen in de sport, zoals European sled dogs (ESD) en greysters. Wat is het verschil tussen deze kruisingen?
ELKE: ‘Greysters bestaan voor meer dan 80 procent uit Duitse staande korthaar. Daar is een beetje greyhound aan toegevoegd, puur voor de explosieve sprintsnelheid van dat ras, en ook nog een klein beetje Engelse pointer. De European sled dog bestaat eveneens uit staande honden, zoals de Duitse staande korthaar, maar bevat ook een poolhondenras, zoals bijvoorbeeld een husky of een malamute. Een ESD kan dus blauwe ogen hebben, maar een greyster niet.’

  

WOEF: Hoe zouden jullie het karakter van greysters omschrijven?
DIRK: ‘Ze zijn superlief.’
ELKE: ‘En ongelofelijk aanhankelijk, tot het obsessieve toe. Ze kruipen zo dicht mogelijk tegen je aan. Greysters doen niets liever dan de hele dag actief zijn. Maar als ze zich fysiek volledig hebben kunnen uitleven, zijn het ook uitstekende gezinshonden.’

Advertentie

Drive

Je hebt niet noodzakelijk een greyster of een European sled dog nodig om te kunnen bikejören. Ook andere honden kunnen van deze sport genieten.
ELKE: ‘Van een weimaraner of een Duitse staande kan je natuurlijk niet verwachten dat hij dezelfde snelheden loopt als een greyster. Maar in principe kan je bikejören met elke soort hond, klein, groot, dik, dun, als hij maar de goesting heeft om te lopen. De drive is de belangrijkste kwaliteit van een bikejöringhond.’

WOEF: Tot welke leeftijd kunnen honden meedraaien in de sport?
ELKE: ‘Er zijn honden die nog topprestaties leveren op hun 9 jaar. Het is een beetje afhankelijk van hond tot hond, maar gemiddeld draaien honden mee tot ze 7 à 8 jaar zijn.’
DIRK: ‘We hebben een 8-jarige reu waarmee we geen bikejöring meer doen, maar wel canicross, waarbij de snelheid een pak lager ligt. Door zijn leeftijd is hij wat trager geworden, maar in het canicrossen kan hij zich nog helemaal uitleven.’

WOEF: Blijft de drive er nog inzitten bij zo’n senior?
DIRK: ‘Ja, hij is nog even zot aan de startlijn als vroeger.’

Profatleten

Kampioen word je niet zomaar. Achter die dertig seconden op het podium schuilen ettelijke uren, dagen, weken en maanden training in weer en wind.

WOEF: Hoe vaak trainen jullie met de honden?
ELKE: ‘Onze honden gaan elke dag voor en na het werk mee op stap, hetzij al sportend, hetzij al wandelend. En dan bedoel ik niet een blokje om aan de korte leiband, want daar zijn ze helemaal niks mee. Tijdens het wedstrijdseizoen trainen we twee à drie keer per week in het harnas. In de zomer trainen we ze op een andere manier: dan zwemmen ze terwijl ik kajak of sup en lopen ze los mee terwijl ik ga fietsen, lopen of steppen.’

bikejöring

WOEF: Trainen jullie ook soms zonder honden?
ELKE: ‘Ja, we spenderen meer tijd aan persoonlijke training dan aan het sportspecifiek trainen van de honden. Ik denk dat ik gemiddeld zo’n vijf of zes dagen op zeven aan mijn conditie werk.’

WOEF: Wat heeft een bikejöringhond die op hoog niveau presteert allemaal nodig?
ELKE: ‘Onze honden leven als profatleten. Ze worden rotverwend. We hebben lang moeten zoeken naar een gebalanceerde voeding die voldoende voedingsstoffen bevat, maar toch ook weinig ballast geeft in het verteringsstelsel. Onze honden eten vers vlees in combinatie met een persbrok van Belgische makelij. We wegen hun porties zeer zorgzaam af. Ze krijgen ook twee keer per dag supplementen en gaan minstens twee keer per jaar naar een osteopaat. Verder komt het erop aan om de honden goed te observeren en ze door en door te kennen. Bij het minste vermoeden dat ze niet honderd procent zuiver lopen, gaan we meteen op zoek naar de oorzaak.’

Lizz en Look

Op het wereldkampioenschap bikejöring pakte Dirk de kampioenstitel met Lizz, een greyster die nog maar net twee jaar is geworden. Elke haalde een bronzen medaille binnen met Look, een nestzusje van Lizz.
ELKE: ‘Het is frappant dat ze het allebei een podiumplaats hebben behaald op een WK, want ze zijn nog maar net gestart met competities. Een hond moet immers 18 maanden oud zijn om te mogen starten op een wedstrijd. Lizz en Look waren dus nog groen achter de oren. Maar ze tonen ongelofelijk veel talent.’

WOEF: Hoe zag het WK-parcours eruit?
DIRK: ‘Toen we op voorhand video’s van het parcours zagen, dachten we: dat is bijna een autostrade. Het eerste stuk was breed en vlak, ideaal om snelheid te maken. Daarna volgde een zwaarder stuk vals plat op een oneffen ondergrond met uitstekende stenen en los zand. Tenslotte eindigde het parcours met enkele steile hellingen. Niet alleen de snelheid van de hond speelde een rol, maar ook die van de fietser.’
ELKE: ‘Tijdens afdalingen kan de fietser aan 45 kilometer per uur naar beneden rijden zonder daarvoor een inspanning te moeten doen. Maar de honden gaan op dat moment nog harder en moeten dan de laatste reserves uit hun spieren persen. Zij kunnen geen meter recupereren. Op zo’n parcours zijn de honden de echte atleten.’

 

Schrijf je nu in
voor de nieuwsbrief

En ontvang het allerlaatste hondennieuws rechtstreeks in je inbox.

Winkelwagen
[profilepress-registration id="2"]
[profilepress-login id="2"]