Knuffelt jouw hond écht graag?

Advertentie

Veel mensen houden van knuffelen en geknuffeld worden. We knuffelen ook graag onze honden. Maar vinden honden dat eigenlijk wel leuk?

We hebben allemaal een andere definitie van het woord “knuffelen”. Voor het ene baasje betekent het “de hond omarmen” of eens “stevig vastpakken”. Anderen rekenen ook strelen en kusjes geven onder de noemer “knuffelen”. In dit artikel hebben we het over knuffelen in al zijn facetten.

Bij honden is er een ongelofelijk verschil in hoe ze knuffelen ervaren. ‘Sommige honden zijn er gek op en kunnen veel verdragen, als je maar contact met hen zoekt’, zegt hondentrainer An Wesenbeek. ‘Maar er zijn evengoed honden die knuffelen maar niets vinden. Vaak zijn dat honden die op jonge leeftijd niet goed werden gesocialiseerd met mensen. Daarnaast zijn er honden die knuffelen alleen toelaten wanneer er zelf zin in hebben, maar wanneer de mens hen daartoe uitnodigt, draaien ze hooghartig hun kop weg. Tussen die twee uitersten bestaat er een grijze zone van honden die het soms wel fijn vinden om te knuffelen en op andere momenten niet.’

Hondentaal lezen
Maar hoe weet je nu of je hond al dat geknuffel leuk vindt? ‘Kijk naar zijn lichaamstaal’, adviseert hondentrainer An. ‘Een hond die een stap achteruit zet, zijn hoofd wegdraait, een harde blik krijgt of verstart is absoluut niet aan het genieten. Je moet dus hondentaal “leren lezen”. Kinderen zijn daar meestal niet zo goed in. Leer hen daarom dat ze niet zomaar elke hond meteen mogen beginnen knuffelen. Zelfs bij hun eigen hond is de juiste benadering belangrijk: ze moeten hem eerst uitnodigen tot een knuffel. Concreet kan een uitnodiging er zo uitzien: je steekt je hand uit naar de hond en laat hem snuffelen. Vervolgens streel je hem heel zachtjes op zijn borst of onder zijn kin. Van daaruit kan je voorzichtig je hand verplaatsen en achter de oortjes beginnen strelen.’ Wees tijdens de uitnodiging tot een knuffel aandachtig: ‘Doet de hond een stap naar achteren, stop dan. Komt hij net dichterbij, dan vindt hij het wellicht aangenaam.’ Zonder waarschuwing meteen een arm om de nek slaan of bovenop de kop aaien is not done. ‘Behalve dan bij die knuffelverslaafde honden’, lacht An. ‘Die laten bijna alles toe, als ze maar contact hebben.’

Vluchten, vechten, verstarren of vleien
Honden kunnen ongelofelijk goed lopen. Ze zijn gemaakt om te rennen. In bedreigende of stresserende situaties zullen ze in eerste instantie niet hun tanden gebruiken, maar wegrennen. Maar, als je een hond knuffelt en vastpakt, ontneem je hem de mogelijkheid om te vluchten. Gevolg: het dier krijgt nog meer stress. ‘Daar kunnen problemen van komen’, waarschuwt An. Een hond kan op vier mogelijke manieren reageren: vluchten, vechten, verstarren of vleien. Als de hond niet kan wegvluchten omdat je hem opsluit in een omarming, kan hij in een standbeeld veranderen en zich emotioneel afsluiten. De hond zit dan gewoon te wachten tot het voorbij is. Dit is de minst gevaarlijke reactie.’ Andere viervoeters komen pittiger uit de hoek. ‘Ze kunnen een snauw geven of van zich afbijten.’

Knuffelhormoon
Op dat vlak zitten we toch helemaal anders in elkaar. Wij primaten hebben de neiging om onze affectie te tonen door te knuffelen en te strelen. ‘Als we dat doen, komt een hormoon vrij dat ons een goed gevoel geeft: oxytocine’, verklaart An. ‘Het zogenaamde knuffelhormoon. Wij gaan er soms van uit dat honden hetzelfde voelen, maar dat is niet altijd het geval.’ Honden tonen hun affectie op een andere manier. ‘Er is een onderscheid tussen honden die heel “honds” zijn en honden die goed werden gesocialiseerd met mensen. Honden die altijd tussen honden hebben geleefd (“hondse” honden) uiten hun affectie vooral door te likken en met hun neuzen te duwen. Andere honden nemen onze trekken voor een stukje over. Ze leren doorgaans heel snel om het geknuffel en geaai van mensen aangenaam te vinden.’
Zelfs een hond die heel slecht werd gesocialiseerd maakt volgens An Wesenbeek nog kans om ooit een knuffelfanaat te worden. ‘Op voorwaarde dat je het goed aanpakt, zijn tempo respecteert en het knuffelen zachtjes opbouwt. Wat je vooral niet mag doen is zo’n hond al meteen vanaf de eerste dag willen knuffelen. Je kan hem best in het begin een beetje laten betijen en wat laten ontdooien. In een eerste fase kan je hem wat snoepjes geven en hem terwijl heel zachtjes met een vinger strelen en nagaan of hij ervan gediend is.’

Timing is key
Knuffelen is natuurlijk niet de enige manier waarop je affectie kan tonen aan je hond. ‘Bij honden die niet graag knuffelen, kan je op zoek gaan naar andere manieren waarop ze graag contact met je maken, bijvoorbeeld in het spel, tijdens het wandelen of door gewoon lekker naast elkaar te zitten.’
Ook de timing is belangrijk. Honden die een taak aan het uitvoeren zijn, hebben op dat moment meestal geen zin in een knuffel. ‘Dat kan een taak zijn die ze van hun eigenaar hebben gekregen, bijvoorbeeld een Duitse herder die moet waken. Maar soms meet een hond zichzelf een taak aan. Zo kan een jack russell die zich verveelt zichzelf de taak geven om katten uit de tuin betreden te verjagen met zijn blik. Als jij hem wil knuffelen terwijl hij daar aan het raam bezig is met heel hevig naar de katten te kijken, zal de jack russell op dat moment geen oog voor je hebben. Diezelfde hond kan in de loop van de dag heel gezellig tegen je aan vleien in de zetel. Timing is alles!’

Advertentie

hond knuffelen

Lekkere plekjes
Zoals we al eerder vermeldden, is de ene knuffel de andere niet. Sommige mensen pakken hun hond graag eens stevig vast, anderen houden het op een zachte aai. ‘Vastgepakt of omarmd worden vinden maar weinig honden leuk’, vertelt An. ‘Strelen vinden veel meer honden fijn.’ De favoriete “aaiplekjes”? ‘Op de borst, onderaan de hals, achter de oortjes en vanboven aan de staart ter hoogte van de staartwortel.’ 

Over de schreef
Sommige honden vervallen tijdens het knuffelen in grensoverschrijdend gedrag: reuen die je knuffel beantwoorden door je arm of been te berijden. En dan zijn er nog de zogenaamde knuffelverslaafde honden waarover An het eerder als had. Honden die hun ziel zouden verkopen voor een aai over hun kop. ‘Ze komen je met hun pootje porren, smekend om affectie. Persoonlijk adviseer ik om daar niet op in te gaan. Ik zal een hond zelden knuffelen als hij er zelf om komt vragen. Sommige opdringerige types komen op den duur komen tot vervelens toe vragen om knuffels, ook bij bezoekers en mensen die niets met honden hebben of zelfs bang zijn van honden. Bovendien hangt dit vaak samen met ander initiatiefnemend gedrag van de hond: ’Ik wil binnen, ik wil buiten, ik wil gaan wandelen, ik wil een snoepje, ik wil dit, ik wil dat…’  Sommige baasjes vinden het juist leuk dat hun hond knuffels komt opeisen. Als die mensen verder geen moeilijkheden ondervinden met hun hond, zie ik er geen graten in, maar soms zijn het baasjes die een hele waslijst aan problemen hebben met hun hond. Ik raad dan aan om tijdelijk niet meer op de knuffelvraag van hun hond in te gaan, tot alle problemen van de baan zijn. Pas dan kunnen ze proberen om dat gedrag terug toe te laten. Merken ze dat de problemen terugkomen, dan kunnen ze zich niet permitteren om de hond initiatief te laten nemen. Soms maakt een klein detail het grote verschil. Deze regel – niet ingaan op het initiatief van de hond – geldt pas vanaf de leeftijd van twaalf weken. Daarvoor mogen pups heel veel contact komen zoeken, dan is dat net goed.’

Socialisatie
Die puppyperiode is trouwens cruciaal als het op knuffelen aankomt. ‘Wil je later een hond die graag knuffelt, dan is een grondige socialisatie belangrijk’, weet An. ‘Pups moeten positief contact maken, niet alleen met jou, maar ook met andere mensen. De socialisatieperiode duurt maar beperkt. Als je er op dat moment de basis niet goed insteekt, kan het zijn dat het later niet meer goed komt of dat je extra veel moeite moet doen. Datgene wat zo spontaan verloopt in de puppytijd, zal op latere leeftijd kunstmatig moeten geïnstalleerd worden, wat een pak moeilijker is. Tijdens de socialisatieperiode moet de pup dus al leren dat hij een band kan aangaan met mensen. Soms beseffen mensen niet hoe belangrijk die timing is. Ze denken: nu heb ik even geen tijd, maar tegen dat de pup vier à vijf maanden oud is, kan er wel wat tijd in investeren. Zo werkt het niet. Ze hebben dan hun kans gemist.’
Dat mishandelde honden het moeilijk hebben met affectie te ontvangen, spreekt uiteraard voor zich. ‘Ik heb ooit zo’n hond in behandeling gehad’, vertelt An. ‘Het dier had slagen gehad op de rug en liet zich helemaal niet meer aanraken op de rug. Dat riep de associatie met de mishandeling op. Ik ben begonnen met hem heel zachtjes een beetje aan de zijkant te aaien en snoepjes te geven. Dat heb ik meermaals herhaald en stelselmatig begon ik de hond hoger te aaien terwijl ik hem snoepjes gaf. Uiteindelijk kon ik de hond op zijn rug strelen en associeerde hij het niet meer met de mishandeling, maar wel met de snoepjes.’ 

Knuffelen kan je leren
Als je hoopt dat jouw pup uitgroeit tot een “knuffelhond”, kan je volgens An enkele stappen ondernemen om de kans te vergroten dat het beestje in de toekomst graag zal knuffelen. ‘Wanneer je de pup hebt afgehaald bij de fokker, laat hem dan 48 uur niet alleen, ook ‘s nachts niet. Laat het beestje minstens de eerste twee nachten naast je slapen in de slaapkamer of ga zelf naast hem slapen op de plaats waar hij slaapt. Hij is nog nooit alleen geweest en in die 48 uur ben jij de rots in de branding. Door hem die eerste dagen niet alleen te laten, smeed je dan al een band waar je later op kan terugvallen. Nadien kan je hem geleidelijk leren om alleen te blijven. Neem verlof gedurende de eerste weken dat de pup bij je is en breng er heel veel tijd mee door. En kijk uiteraard naar wat je hond leuk vindt. Knuffelen moet in de eerste plaats fijn zijn!’

hond knuffelen

Schrijf je nu in
voor de nieuwsbrief

En ontvang het allerlaatste hondennieuws rechtstreeks in je inbox.

Lees verder

Winkelwagen