Mantrailing: De neus achterna

mantrailing

Leen Scheers van DogSense neemt ons mee in de wondere wereld van geuren tijdens een initiatieles mantrailen.

Advertentie

In WOEF hebben we het al vaak gehad over de ongelofelijk goede neus van de hond. Vandaag gaan we ook eens echt ervaren hoe indrukwekkend die neus is. Samen met redactiehond Barney – een kruising van een groenendaeler en een Ierse setter – volgen we een initiatieles speuren bij Leen Scheers van DogSense. Leen gaat ons onderdompelen in de wereld van het mantrailen. We ontmoeten haar op een recreatiedomein in Bornem en ze begint meteen enthousiast over haar hondensport te vertellen. 
Leen: ‘Bij mantrailing laten we de hond ruiken aan een geurvoorwerp van een specifieke persoon. Daarna volgt de hond een spoor met de geur van deze persoon. Hij moet daarbij alle andere geuren discrimineren, zoals bijvoorbeeld die van andere mensen, honden of wilde dieren die daar hebben gelopen. De hond mag het spoor volgen met zijn neus hoog of laag tegen de grond.’ 

Huidschilfers
Je vraagt je misschien wel af hoe wij, mensen, nu precies een “spoor” achterlaten? Dat heeft alles te maken met onze huidschilfers. ‘Onze huid vernieuwt zich ongeveer een keer per maand’, weet Leen. ‘De bovenste, afgestorven huidcellen schilferen af en dwarrelen neer op de grond. Zo laten we als het ware een spoor van huidschilfers achter. Het zweet en de talg op onze huid worden door onze huidbacteriën afgebroken waardoor er vetzuren worden gevormd. Die vetzuren geven ons een individuele, menselijke geur en zitten op onze huidschilfers. En dat is de geur waarop de hond zich moet focussen bij het mantrailen.’
In de mantrailwereld wordt er gesproken over primaire, secundaire en tertiaire geurcomponenten. ‘Primaire geurcomponenten zijn de vetzuren die onze huidschilfers bevatten. Secundaire geur-componenten zijn bijvoorbeeld het parfum dat je draagt of de zonnecrème die je hebt aangebracht op je huid. Tertiaire geurcomponenten kunnen dan weer geuren zijn van onze schoenen en kleding en geuren die we meenemen uit onze leefomgeving. Al die geuren spelen mee op het spoor, maar daar mag de hond eigenlijk geen rekening mee houden. Iemand anders kan hetzelfde parfum dragen of dezelfde zonnecrème gebruiken. De hond moet zich dus concentreren op de primaire geurcomponenten: de individuele geur van een persoon.’

mantrailing
Redactiehond Barney krijgt een snoepje van spoorlegger Ann.

Op het juiste spoor
Zo ver zijn we natuurlijk nog niet, want het is de allereerste keer dat redactiehond Barney van mantrailing zal proeven. ‘En de eerste les(sen) zal een hond misschien nog niet zijn neus maar wel zijn ogen gebruiken’, zo legt Leen me uit. ‘Het is dan vooral de bedoeling dat hij begrijpt dat hij de spoorlegger moet zoeken en gemotiveerd raakt om dat te doen.’
De spoorlegger die Barney vandaag zal zoeken, is Ann. Ik heb enkele favoriete snacks van Barney uitgezocht en overhandig die aan Ann. Ze geeft een snoepje aan Barney om zijn enthousiasme aan te wakkeren. Daarna legt ze een zogenaamd geurvoorwerp voor zijn neus: in dit geval een lapje stof dat ze een tijdje onder haar T-shirt heeft gedragen. Het doekje heeft ze daarna bewaard in een ziplockzakje zodat het goed doordrongen bleef van haar individuele geur. 
Ann wandelt weg van ons. Ze neemt de snoepjes mee. Barney houdt haar aandachtig in de gaten. Een twintigtal meter verder kruipt ze in het struikgewas. Instructeur Leen gebaart me dat ik mag vertrekken. Zodra ik “ga maar” zeg, schiet Barney er als een pijl vandoor. Ik heb moeite om hem te volgen en probeer de lange lijn van tien meter door mijn handen te laten glijden. Onderweg lijkt Barney een fractie van een seconde te twijfelen. Hij snuffelt even en voor ik het weet zijn we bij spoorlegger Ann, die hem uitbundig beloont met een snoepje en haar stem. ‘Wauw, hij gebruikt al van de eerste keer zijn neus, een superspeurhond’, juicht Leen. Ik kijk naar Barneys blije kopje en voel me een fiere hondenmama. 

mantrailing speuren sport
Onze redactiehond ruikt aan het geurvoorwerp

De ene neus is de andere niet
We herhalen het proces. Ann geeft opnieuw een snoepje aan Barney, ze legt het geurvoorwerp op de grond en vertrekt. Dit keer snuffelt Barney aandachtig aan het doekje. Zodra hij mag beginnen zoeken, vlamt hij opnieuw weg. Enorm enthousiast komt hij aan bij Ann in de struiken. Hij heeft er plezier in. ‘In principe kan iedere hond speuren, tenzij hij beperkt is door pijn of ziekte’, vertelt Leen. ‘Maar de ene hondenneus is de andere niet. Teckels hebben gemiddeld 120 miljoen reukcellen en Duitse herders 220 miljoen. De bloedhond heeft met zo’n 300 miljoen reukcellen de sterkste neus. Ter vergelijking: de mens heeft slechts 5 miljoen reukcellen. Honden met een grote neus hebben een groter reukepitheel en dus ook meer reukcellen. Hierdoor kunnen ze gemiddeld gezien iets beter ruiken dan honden met een kleine neus.’ 
Viervoeters met een platte snuit kunnen soms ademhalingsproblemen ondervinden. ‘Daardoor kunnen ze het speuren minder lang kunnen volhouden en kunnen ze bij warm weer sneller oververhit raken. Wanneer een hond intensief snuffelt, kan hij tot wel 300 keer inademen per minuut.’

Karaktereigenschappen
De hond met de sterkst ontwikkelde neus is niet noodzakelijk de beste speurhond. ‘Jachthonden zoals de beagle, de cockerspaniël en de heidewachtel lopen van nature al meer met hun neus tegen de grond. Maar zij kunnen sneller afgeleid raken door wildsporen. Herdershonden zoals de bordercollie, de Mechelaar en de Duitse herder werden ontwikkeld om kuddes in de gaten te houden. Deze honden gebruiken vooral hun gezichtsvermogen. Maar wanneer ze merken dat dit geen succes oplevert, zullen ze hun neus volgen. En zo heeft ieder type hond wel sterke en minder sterke punten.’
Volgens Leen zijn er een aantal karaktereigenschappen die een rol spelen bij mantrailing: motivatie, doorzettingsvermogen en zelfvertrouwen. ‘Bij motivatie denk ik vooral aan de buitdrift van de hond: bijvoorbeeld dat wanneer je een balletje gooit, de hond veel interesse heeft om erachteraan te gaan en dat balletje voor zich te houden. Oftewel: dat wanneer de spoorlegger vertrekt met zijn beloning de hond gemotiveerd is om hem of haar te zoeken en zijn beloning te krijgen.’
Doorzettingsvermogen is dan weer belangrijk wanneer het spoor moeilijker wordt (denk daarbij aan een langer spoor, een langere ligduur, meer contaminatie van het spoor en afleiding) of wanneer de hond obstakels tegenkomt op het spoor. ‘Bijvoorbeeld wanneer de spoorlegger door een poortje is gegaan of water heeft doorkruist. De hond moet voldoende doorzettingsvermogen bezitten om zulke obstakels te overbruggen.’ 
Zelfvertrouwen speelt daar ook een rol bij: de hond moet het spoor zelf uitwerken en hiervoor niet rekenen op zijn baasje. ‘Sommige honden zijn erg op hun baasje gericht en hebben het in het begin iets moeilijker om zelf initiatief te nemen. Maar ook deze honden kunnen het leren. Onzekere honden kunnen dankzij het speuren zelfs meer zelfvertrouwen krijgen.’
Iedere hond is anders en heeft een specifieke aanpak nodig. Maar uiteindelijk kunnen ze allemaal wel speuren. ‘De ene hond heeft het na vijf lessen al onder de knie, de andere na tien lessen.’

mantrailing
Barney ontdekt de schuilplaats van spoorlegger Ann.

Actie
‘Ik moet toegeven dat het nog nooit in me is opgekomen om een workshop speuren te volgen. Hoewel ik geïntrigeerd ben door de neus van honden en vaak allerhande zoekspelletjes speel met mijn viervoeters, leek het me om eerlijk te zijn een beetje euh, saai. Ik voel me eerder aangetrokken tot hondensporten waarbij veel actie komt kijken, zoals canicross, bikejöring en agility. Maar niet alleen Barney beleeft veel plezier tijdens de initiatieles, ook ikzelf. Mantrailing is actiever dan ik had gedacht. Terwijl je hond aan de lange lijn speurt, moet je tegen een stevig tempo meestappen: eigenlijk snelwandelen. Spoorlegger Ann vertelt dat ze gedurende een dagje speuren vaak zo’n 13.000 stappen zet.
Wanneer ik Leen gepassioneerd hoor vertellen over welke zaken het spoor en de geurbeleving van de hond kunnen beïnvloeden, wordt mijn enthousiasme nog meer gevoed. ‘De wind is een van de voornaamste factoren, omdat onze huidschilfers heel licht zijn en makkelijk worden meegenomen. Lichte regen kan dan weer een voordeel zijn, omdat de schilfers dan sneller dalen en blijven vastkleven aan de bodem. Bij hevige regen kan het spoor wegspoelen. Hoe snel dat gebeurt, verschilt naargelang het om een verharde of onverharde bodem gaat: op gras zal het spoor minder snel wegspoelen dan op asfalt.’

Advertentie

Blind speuren
Ik maak me klaar om een vierde spoor te volgen. Terwijl Ann wegwandelt, is Barney druk bezig met aan het geurvoorwerp te snuffelen. En dan ziet hij plots in de verte andere honden, iets waar hij het vaak moeilijk mee heeft. Een paar seconden later zijn de honden uit het zicht verdwenen, maar beginnen ze luid te blaffen. Barney verliest zijn concentratie en piept even lichtjes. Maar dan gaat zijn neus weer omlaag, naar het doekje. Doordat hij even afgeleid was, heeft Barney niet gezien waar Ann zich verstopt heeft. Ik was zelf ook niet aan het kijken en weet dus niet dat ze zich een dertigtal meter verder achter een struikje schuilhoudt. ‘Eigenlijk is het goed dat je als handler het spoor niet kent’, zegt Leen. ‘Dat noemt men “blind speuren”. Ken je het spoor wel, dan ga je misschien onbewust je hond beïnvloeden. Als je bijvoorbeeld weet dat het spoor naar links loopt en hij gaat naar rechts, kan je zonder je het beseft wat meer spanning op de lijn brengen of vertragen. En ook met je lichaamshouding kan je je hond aanwijzingen geven.’
Barney gebruikt zijn neus en slaagt erin om de schuilplaats van Ann te vinden. De vreugde is groot, zowel bij hem als bij mij.

Mentale uitdaging
We werken nog een laatste spoor uit en dan zit het erop. Barney ziet er ontspannen en gelukkig uit. ‘Speuren is niet alleen fysiek een uitdaging voor je hond, ook mentaal’, zegt Leen. ‘Een spoor uitwerken gedurende tien minuten kan je bijna gelijkstellen aan een uur tot anderhalf uur wandelen. Snuffelen is natuurlijk gedrag, ik ben nog geen enkele hond tegengekomen die speuren niet leuk vindt. Bovendien worden honden er rustig van: door te snuffelen daalt de hartslag.’

mantrailing
Leen Scheers van DogSense

Voldoening
Zowel Barney als ik vertrekken dadelijk met een goed gevoel naar huis. Nu begrijp ik waarom Leen al zestien jaar aan mantrailing doet. ‘Hoewel we al heel veel weten over de hondenneus, zijn er zaken die de wetenschap nog niet heeft kunnen ontrafelen’, besluit Leen. ‘Dat mysterieuze fascineert me. Ook de samenwerking met je hond tijdens het mantrailen vind ik heel bijzonder. Je moet op zijn neus vertrouwen en de lichaamstaal van je hond kunnen lezen om te zien of hij nog op het spoor zit. Dat honden er veel voldoening uit halen, daar kan ik ook echt van genieten.’
Voor ik terug achter mijn schrijftafel kruip, wil ik graag Leen bedanken. Mijn kennis over geuren bestond tot vandaag vooral uit letters, woorden en zinnen. Maar nu heb ik de neus van een hond ook eens écht aan het werk gezien.

TEKST: Evi Maveau
FOTO’S: Steffi Noël

ZELF SPEURZIN GEKREGEN?
Info over cursussen en workshops bij Leen vind je hier: www.dogsense.be.

Schrijf je nu in
voor de nieuwsbrief

En ontvang het allerlaatste hondennieuws rechtstreeks in je inbox.

Winkelwagen
[profilepress-registration id="2"]
[profilepress-login id="2"]