7 dingen die je (misschien) nog niet wist over teken

teken

Het is weer tekentijd. En wie regelmatig buitenkomt met zijn hond zal het al hebben gemerkt: het is dit jaar een heftig tekenseizoen. Dat ondervindt ook dierenarts Koenraad Florizoone (‘Flor’) van AniCura-Dierenartsencentrum Het Binnenhof in Beerse. “We zien momenteel heel veel tekenbeten”, beaamt hij. Daarom stellen we hem, speciaal voor jou, zeven vragen over teken over dingen die je misschien nog niet wist over deze irritante beestjes.

1. Kunnen honden ook de ziekte van Lyme krijgen?

KOENRAAD FLORIZOONE: “Ja, honden kunnen de ziekte van Lyme krijgen. Volgens cijfers van onderzoekscentrum Sciensano is 10 tot 20 procent van de teken in België besmet met de bacterie die Lyme veroorzaakt. Honden lopen dus zeker een risico, vooral nu in het tekenseizoen, dat dit jaar bijzonder heftig is.

Honden zijn echter veel resistenter tegen de ziekte van Lyme dan hun eigenaars. Een belangrijk verschil is dat honden geen rode, zich uitbreidende huidvlek ontwikkelen zoals mensen.

Bovendien wordt slechts een minderheid van de besmette honden ziek. Ongeveer 90 procent vertoont geen symptomen. Bij de honden die wel klachten krijgen, zien we vooral dat ze manken door gewrichtsontstekingen. Ondanks het grote aantal tekenbeten behandelen we jaarlijks slechts twee à drie honden voor Lyme, simpelweg omdat de meeste besmette honden er geen last van hebben. Heel uitzonderlijk kan Lyme ook nierontstekingen veroorzaken, maar dat zien we vooral in de Verenigde Staten. Zelf heb ik dat hier nog nooit vastgesteld.

Als een hond na een tekenbeet begint te manken, kunnen we via een bloedtest nagaan of hij antistoffen tegen Lyme heeft. Met een antibioticakuur herstellen honden binnen enkele dagen. Een chronische vorm van Lyme, zoals bij mensen soms voorkomt, zien we niet bij honden.

Naast Lyme kunnen teken ook andere ziekten overdragen, zoals tekenencefalitis (TBE), anaplasmose en ehrlichiose. De snelheid waarmee een besmetting wordt doorgegeven, verschilt per ziekte. Algemeen geldt: hoe sneller je een teek verwijdert, hoe kleiner de kans op besmetting.”

2. Tekenencefalitis (TBE) is in opmars in Europa, onder andere in Zuid-Duitsland en Oostenrijk. Is deze ziekte ook een reëel gevaar voor honden in België?

KOENRAAD: “Voorlopig lijkt het risico in België erg beperkt. Sciensano testte sinds 2017 zo’n 3.000 teken op TBE, maar geen enkele bleek besmet. Bij mensen werden in 2024 vier besmettingen vastgesteld.

Ook bij honden lijkt TBE zeldzaam. Uit onderzoek naar antistoffen bleek dat slechts 0,11 procent van de honden ooit met het virus in contact kwam. Bij everzwijnen ligt dat percentage veel hoger: ongeveer 10 procent heeft antistoffen.

Bij honden veroorzaakt een besmetting vaak geen klachten. In een studie uit 2011 werd bij één van de 880 onderzochte honden via antistoffen vastgesteld dat het dier met TBE in contact was gekomen, maar ook die hond was nooit ziek geworden. Zelf heb ik nog nooit een hond met tekenencefalitis gezien.

Er bestaan verschillende stammen van het virus. De Oost-Europese varianten veroorzaken doorgaans ernstigere ziekteverschijnselen dan de stammen die we hier zien. Ik denk daarom dat we ons in België voorlopig geen grote zorgen hoeven te maken, al wordt de situatie nauwlettend opgevolgd.”

3. Er zijn verschillende middelen tegen teken verkrijgbaar: pipetten, tekenbanden, pilletjes en zelfs een injectie die een jaar bescherming biedt. Maar welk product werkt het best?

KOENRAAD: “Bij producten tegen teken is voornamelijk de speed of kill belangrijk. Hoe sneller een teek sterft nadat hij zich vasthecht, hoe kleiner de kans op ziekteoverdracht. Over het algemeen werken al die middelen goed: ze doden teken al binnen enkele uren, waardoor het risico op ziekteoverdracht afneemt.

Daarom denk ik dat voor de meeste eigenaars vooral het gebruiksgemak de doorslag geeft. Een pilletje is doorgaans makkelijker toe te dienen dan een pipet die je in de nek moet druppelen. Bovendien heb je dan geen last van een olieachtige vlek op de vacht.

De werkzame stoffen uit pilletjes, banden en pipetten verspreiden zich naar de huid, vacht en lichaamsvochten. Daardoor worden honden minder aantrekkelijk voor teken en zullen ze vaak minder teken oplopen.

Dat betekent niet dat een beschermde hond nooit meer een teek krijgt. Teken kunnen zich nog steeds vasthechten, maar sterven snel.

4. Er bestaan ook alternatieve middelen tegen teken, zoals ultrasone toestellen die aan de halsband worden bevestigd, halsbanden met ‘keramische EM-kralen’ of snoepjes met look tegen teken. Wat zegt de wetenschap hierover?

KOENRAAD: “Voor ultrasone toestellen en keramische kralen bestaat geen wetenschappelijk bewijs dat ze teken afweren. We zien regelmatig honden die zulke dingen dragen, maar toch volop teken hebben. Daar zou ik mijn geld dus niet aan besteden.

Voor look zijn er wel enkele wetenschappelijke studies die een afstotend effect op teken aantonen, maar voorlopig alleen in laboratoriumomstandigheden. In een petrischaaltje kun je teken blootstellen aan een hoge concentratie look, maar dat is iets anders dan diezelfde concentratie veilig en effectief bij een hond toe te passen.

Look heeft misschien een beperkt afwerend effect, maar niet voldoende om tekenbeten te voorkomen. Wie zijn hond goed wil beschermen, kan dus beter kiezen voor middelen waarvan de werking bewezen is.”

5. Zijn klassieke middelen tegen teken, zoals pipetten, pilletjes en injecties, slecht voor het milieu?

KOENRAAD: “Dat is een vraag waar de laatste jaren steeds meer aandacht voor komt. Op basis van de beschikbare studies lijkt het aannemelijk dat teken- en vlooienmiddelen een impact kunnen hebben op het milieu, al is daar nog te weinig onderzoek naar verricht.

De werkzame stoffen in pipetten zijn onder meer fipronil en imidacloprid. Die werden vroeger ook in de landbouw gebruikt, maar zijn daar inmiddels verboden. Landbouwproducten vallen onder het European Food Safety Agency (EFSA) en vereisen een milieu-impactstudie, terwijl diergeneesmiddelen worden goedgekeurd door het European Medicines Agency (EMA), waar andere beoordelingscriteria gelden. Daarom zijn er vandaag maar weinig gegevens bekend over de precieze milieu-impact van teken- en vlooienmiddelen bij huisdieren.

In Engeland werden fipronil en imidacloprid teruggevonden in het afvalwater. Onderzoekers vermoeden dat 20 tot 40 procent afkomstig is van huisdieren.

Ook bij pilletjes tegen teken zien we mogelijke milieueffecten. 90 procent van de werkzame stof, fluralaner, wordt onveranderd uitgescheiden via urine en ontlasting. Sommige studies tonen bovendien aan dat resten van deze middelen ook op de huid en vacht van behandelde honden aanwezig blijven.

Een bijkomend aandachtspunt is dat bepaalde tekenmiddelen, de zogenaamde isoxazolines, traag afbreken in het milieu. Bij die afbraak kunnen onder meer PFAS-verbindingen ontstaan. Welke impact dat precies heeft op mens en milieu, wordt nog onderzocht.

Met andere woorden: er is meer onderzoek nodig. Er zijn aanwijzingen dat anti-tekenmiddelen gevolgen kunnen hebben voor waterorganismen en bijen, maar we weten nog niet precies hoe groot die impact is.

Tegelijk moeten we realistisch blijven. Zonder bescherming tegen teken en vlooien lopen honden meer risico op gezondheidsproblemen.  Zelf behandel ik mijn eigen hond nog steeds tegen teken en vlooien. Op dit moment beschikken we immers niet over een alternatief waarvan de werking beter onderbouwd is.”

6. De ene hond heeft meer last van teken dan de andere. Hoe komt dat?

KOENRAAD: “Teken gaan af op verschillende zaken, zoals geurstoffen, huidbacteriën, lichaamswarmte en CO₂-uitstoot. Die verschillen van hond tot hond en van mens tot mens, waardoor sommige dieren en mensen inderdaad aantrekkelijker zijn voor teken dan andere.

Ook andere factoren kunnen meespelen. Een studie uit Tsjechië van 2018 toonde aan dat teken een voorkeur kunnen hebben voor bepaalde bloedgroepen bij mensen.”

7. Op welk plekje op een hond zitten teken het liefst?

KOENRAAD: “We vinden teken vooral op de kop van honden. Dat komt omdat ze tijdens het snuffelen vaak met hun hoofd door gras en struiken gaan. Typische plaatsen zijn rond de ogen, in de oren en rond de neus. Daarnaast zitten teken ook vaak tussen de tenen, onder de staart en in huidplooien. Maar in principe kunnen ze overal op het lichaam zitten.”

Tekst: Evi Maveau
Foto’s: AniCura, Shutterstock

Maak deel uit van onze roedel...

In een tijd als deze is het een uitdaging om betrouwbare informatie te vinden. WOEF helpt je echter het kaf van het koren te scheiden. Onze journalistiek wordt mogelijk gemaakt door betalende lezers en zorgt ervoor dat wij je op de hoogte kunnen houden van alles wat er gebeurt in de hondenwereld. Als abonnee ben jij de drijvende kracht achter onze verrassende verhalen en onmisbare informatie voor ieder hondenbaasje. Steun ons vandaag nog door een abonnement te nemen en krijg er een cadeaubon van Cats & Dogs bovenop. Zo word jij ook een deel van onze roedel!

Schrijf je nu in
voor de nieuwsbrief

En ontvang het allerlaatste hondennieuws rechtstreeks in je inbox.

Winkelwagen
[profilepress-registration id="2"]
[profilepress-login id="2"]