Foto ter illustratie (© Shutterstock)
Sinds kort zijn in de Australische deelstaat Nieuw-Zuid-Wales nieuwe, verregaande regels voor hondenfokkers van kracht. Wie die regels aan zijn laars lapt, riskeert boetes tot 110.000 Australische dollar (ongeveer 62.000 euro) en zelfs een gevangenisstraf. Met de nieuwe wetgeving wil de overheid het voor pupkopers makkelijker maken om ethische en verantwoordelijke fokkers te herkennen én tegelijk illegale broodfok aan te pakken.
Een van de kernpunten van de nieuwe wetgeving: particulieren mogen maximaal twintig niet-gesteriliseerde teven houden, tenzij ze een expliciete vrijstelling krijgen. Daarnaast worden fokkers strenger opgevolgd via verplichte identificatienummers en gelden er duidelijke regels rond de verkoop en registratie van pups. Opvallend is ook de zogenaamde breeder-to-puppy ratio: per twintig honden moet minstens één personeelslid instaan voor hun verzorging en welzijn.
Volgens Anthony Godfroid, advocaat en specialist in het dierenwelzijnsrecht, kan België zeker inspiratie putten uit de nieuwe regels. “Vooral de verhouding tussen personeel en aantal honden is interessant”, stelt hij. “In Vlaanderen is de regelgeving veel minder streng en wordt ze bovendien vaak niet opgevolgd.”
De Vlaamse regels zijn vastgelegd in een Koninklijk Besluit uit 2007. Daarin staat dat per vijf volwassen honden of katten slechts 0,1 VTE (voltijds equivalent) vereist is. Dat komt neer op één personeelslid per vijftig volwassen honden. Omdat het uitsluitend om volwassen dieren gaat, worden puppy’s niet meegerekend. “In de praktijk betekent dit dat één persoon verantwoordelijk kan zijn voor tientallen volwassen honden én honderden puppy’s”, zegt Godfroid.
Ook de handhaving blijft volgens hem een groot pijnpunt. “Controle is nochtans eenvoudig: in de jaarrekening staat zwart op wit hoeveel personeel een fokker tewerkstelt. Toch blijven overtredingen vaak jarenlang zonder gevolg.”
Op één punt is Vlaanderen wel strenger dan Australië: hier liggen de maximale straffen hoger. In ons land kunnen boetes oplopen tot 800.000 euro en gevangenisstraffen tot vijf jaar. “Dat zijn bijzonder zware maximumstraffen”, zegt Godfroid. “Maar in de praktijk worden ze vrijwel nooit opgelegd. Ze zijn bedoeld voor de meest extreme en verwerpelijke vormen van dierenmishandeling of -marteling.”
Tekst: Karolien Selleslags



