Foto: © Shutterstock
We nemen onze kwispelende vriend graag overal mee naartoe. Maar hoe doen we dat op een veilige manier in de wagen, met de fiets én te voet?
Dat gsm’en achter het stuur niet mag, weten we allemaal. Maar naast een oplichtend smartphonescherm en meldingsgeluiden van apps zijn er nog dingen die de bestuurder kunnen afleiden. Bijvoorbeeld: een loszittende hond in de wagen. Op de Belgische wegen vallen er ongeveer 150 doden ten gevolge van afleiding achter het stuur. Dat staat in een rapport van Vias Institute, het Belgisch intituut voor Verkeersveiligheid.
Toch is het reëel dat verschillende hondeneigenaren hun concentratie achter het stuur al eens verliezen. Een studie uit 2011 van de American Automobile Association for Traffic Safety en hondenharnasmerk Kurgo, bij 1.000 hondeneigenaren toonde aan dat 52% van de bestuurders zijn of haar hond aait tijdens het rijden. Ongeveer 1 op 3 gaf tijdens diezelfde bevraging toe de aandacht te verliezen door de aanwezigheid van Max. Zo’n 19% zou tijdens het rijden zelfs met de handen of armen proberen te verhinderen dat de hond naar voren kruipt en 17% gaf toe dat de hond af en toe op de schoot meerijdt.
Oké, het gaat om een Amerikaans onderzoek van meer dan tien jaar geleden, maar de resultaten blijven schokkend. Qua afleiding kan dat tellen! Zeker als je je bedenkt dat twee seconden of langer niet naar de weg kijken het risico op een ongeval of bijna ongeval verdubbelt.
Wat zegt het verkeersreglement?
In sommige landen is het verboden om je hond los in de wagen of op de passagiersstoel te laten meereizen. Maar hoe zit dat bij ons? In het Belgische verkeersreglement – de wegcode – staan geen specifieke voorschriften over hoe dieren moeten worden vervoerd. ‘Maar volgens artikel 8.3 moet de bestuurder zijn voertuig voortdurend goed in de hand hebben en steeds in staat zijn alle nodige rijbewegingen uit te voeren, zegt Sofie Lenaerts, inspecteur bij de federale wegpolitie en presentator van Kijk Uit, een tv-programma over verkeersveiligheid op Eén. ‘Een hond die niet is vastgemaakt, kan de bestuurder afleiden, de rijbewegingen bemoeilijken en zelfs de bewegingsruimte van de bestuurder beperken. Als gevolg kan je andere weggebruikers hinderen – bijvoorbeeld door abnormaal traag te rijden – of zelfs in gevaar brengen. Stel dat je over de weg zwalpt of een ongeval veroorzaakt omdat je hond steeds op de schoot wil kruipen, kan dat juridische gevolgen hebben.’
Funfact: sinds 1975 geldt in ons land de gordelplicht voor de voorste zitplaatsen. In 1992 werd het ook verplicht om op de achterbank een gordel te dragen. Uit een publicatie van Vias Institute blijkt dat gordeldracht de kans op overlijden of letsels bij mensen vermindert met 50 procent. Zelfs een botsing tegen 20 kilometer per uur kan al fataal zijn als je geen gordel draagt. We kunnen er dus van uit gaan dat de overlevingskansen van huisdieren bij een crash toenemen als ze degelijk worden vastgemaakt.
Voor honden is er echter geen “gordelplicht” in de strikte zin: volgens de wegcode worden ze niet beschouwd als passagiers, maar als “lading”. ‘De lading van een voertuig mag onder normale wegomstandigheden de zichtbaarheid niet hinderen en geen gevaar vormen voor de bestuurder, passagiers en andere weggebruikers’, merkt Lenaerts op. ‘Onder “normale wegomstandigheden” verstaan we ook een bruusk rem- of uitwijkmanoeuvre, een slecht wegdek of slechte weersomstandigheden. Met andere woorden: een hond moet geen veiligheidsgordel dragen, maar moet wel op een veilige manier worden vastgemaakt zodat hij je niet kan afleiden, niet doorheen de auto vliegt wanneer je plots moet remmen of je zichtbaarheid niet verstoort door voor de zijspiegel te zitten. Zo niet riskeer je een bekeuring met een boete van 116 euro.’
Waar mag de hond zitten?
Uit crashtests met dummy’s blijkt dat een hond van 30 kilogram bij een botsing tegen 50 kilometer per uur een kracht genereert van bijna 400 kilogram. Ongeveer 13 maal het gewicht van de hond of evenveel als een klein paard dat doorheen de auto vliegt. Je hond vastmaken is dus niet alleen belangrijk voor z’n eigen veiligheid, maar ook voor die van de inzittenden en andere weggebruikers.

In het Koninklijk Besluit van 15 maart 1968 over de technische eisen waaraan auto’s moeten voldoen, staat dat “goederen” in de koffer moeten geplaatst worden. Honden vallen daar – cru gezegd – ook onder. ‘Strikt genomen mag je in een personenwagen geen goederen vervoeren in de passagiersruimte’, aldus Lenaerts. ‘Maar tegenwoordig zijn er hondenharnasjes die de hond op een zitplaats kunnen houden. Zorg er steeds voor dat de verbinding tussen de verankering –
bijvoorbeeld in het kliksysteem van de gordel – en de hond minimaal is. Hoe langer de verbinding, hoe verder de hond weg gekatapulteerd kan worden.’
Niet ieder tuigje is geschikt voor autoritten. Harnassen met dunne riempjes kunnen breken of in het lichaam snoeren. Het spreekt (hopelijk) voor zich dat je een hond nooit mag vastmaken in de wagen aan zijn halsband. Doe je dat wel dan kan hij bij een botsing z’n nek breken. Een hond met een autoharnas laat je meerijden op de achterbank, in plaats van op de passagierszetel. Zo blijft de afleiding voor de bestuurder beperkt.
Aanhangwagen
Wie z’n hond in de kofferruimte vervoert, kan kiezen voor een bench, traliewerk of een net tussen de kofferruimte en de passagiersruimte. ‘Een bench moet je, net zoals elke lading, volledig opsluiten in je kofferruimte of goed vastmaken met sjorbanden’, adviseert Lenaerts.
Ook voor wie z’n viervoeter vervoert in een speciale aanhangwagen voor honden heeft Lenaerts nog tips. ‘Zorg dat de wettelijke verplichtingen voor zo’n aanhangwagen in orde zijn, zoals de reproductie van de nummerplaat, verlichting en goede banden. Verluchting is belangrijk, maar zorg ervoor dat het dier niet door de verluchtingsgaten kan ontsnappen.’ Ook het formaat is belangrijk. ‘Hoe meer ruimte er is voor de hond, hoe meer het dier zich kan verwonden als de aanhangwagen gaat slingeren. Pas hiervoor op.’
Het voordeel van zo’n aanhangwagen is dat de hond de chauffeur niet meer kan afleiden. Blaffen kan ook behoorlijk storend werken. ‘Pas je rijstijl aan en maak het zo comfortabel mogelijk voor de hond, dan blaft hij misschien minder’, stelt Lenaerts voor. ‘Gun je hond de tijd om te wennen aan het autorijden en beperk de eerste autoritjes.’
Verboden
Over fietsen met een hond is de wetgeving duidelijk. ‘Het is fietsers en bromfietsers – dus ook speedpedelecs, verboden te rijden zonder het stuur vast te houden of zich te laten voorttrekken’, stelt Lenaerts. ‘Je mag ook niet rijden terwijl je een dier aan het leizeel houdt. In de praktijk wordt soms een mechanisme gebruikt waarbij het leizeel van een hond met een veer aan een fiets is verbonden – dit wordt vaak een “springer” genoemd. Maar ook bij dit systeem wordt er nog steeds een dier aan een leizeel gehouden. Zo’n springersysteem is dus niet toegestaan. Het is bovendien niet veilig: een hond kan plots van richting veranderen of je fiets omvertrekken.’
Hoe mag je je hond dan wel vervoeren met de fiets? ‘De fietskar is de veiligste optie, omdat je hond er niet uit kan vallen’, zegt Lenaerts. ‘Een brede wielbasis zorgt voor een goede stabiliteit van de fietskar.’ Door de kar af te sluiten of de hond erin vast te maken, voorkom je dat het dier eruit kan springen. ‘Een fietsmandje is ook een optie voor een klein hondje, maar ook hierbij is het belangrijk dat het dier niet uit het mandje kan springen of vallen.’

Rolschaatsen, skateboarden en e-steps?
In het straatbeeld zie je soms ook hondeneigenaars die hun hond uitlaten terwijl ze rolschaatsen dragen of op een elektrische step staan. Maar hoe zit het met de wetgeving voor zulke weggebruikers? ‘Wie een niet-gemotoriseerd voortbewegingstoestel gebruikt waarmee niet sneller dan stapvoets – 5 à 6 kilometer per uur – wordt gereden, wordt gelijkgesteld met voetgangers. Dan mag je dus een hond aan een leizeel houden. Rijd je sneller dan stapvoets, dan word je gelijkgesteld met een fietser. Gebruikers van gemotoriseerde voortbewegingstoestellen, zoals bijvoorbeeld een elektrische step, worden gelijkgesteld met fietsers. Een uitzondering hierop zijn de personen met een verminderde mobiliteit die gebruik maken van gemotoriseerde voortbewegingstoestellen die uitsluitend voor hen bestemd zijn en waarmee niet sneller dan stapvoets kan gereden worden. Zij worden als voetganger beschouwd en mogen dus een hond aan de leiband meenemen.’
Het bos in
Op de openbare weg geldt het verkeersreglement, maar in natuurgebied of bos zijn de regels bepaald door het Besluit van de Vlaamse regering over de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten van 5 december 2008. ‘De basisregel is eenvoudig: voetgangers mogen alle paden gebruiken, andere recreanten, zoals ruiters en fietsers, krijgen enkel toegang tot bepaalde paden die zijn aangegeven met signalisatie’, verduidelijkt Lenaerts. ‘In onze natuurgebieden moet de hond aan de leiband en op de paden blijven. Ook al is een hond afgericht, er kan altijd iets onverwachts gebeuren. Kinderen en ook volwassenen reageren vaak ongemakkelijk op een loslopende, onbekende viervoeter. Ook broedende vogels en andere dieren ondervinden hinder van rondsnuffelende honden die niet op de paden blijven. Een boswachter of natuurinspecteur kan hiervoor een proces-verbaal opmaken. De boete van 80 euro kan stijgen naargelang het aantal loslopende honden, de aangerichte natuurschade en eventueel recidivegedrag.’
Word gezien!
Ook op de openbare weg ben je bijna altijd verplicht om je hond aan te lijnen. ‘De regelgeving daarrond vind je terug in het plaatselijk politiereglement dat in je gemeente van toepassing is’, aldus Lenaerts. De lengte van de leiband is daarbij belangrijk. ‘Je mag andere weggebruikers niet hinderen of in gevaar brengen. Wanneer je leiband te lang is, kan er bijvoorbeeld een kind over struikelen. Aan een lange lijn heb je de hond minder “in de hand” en kan de reactietijd trager zijn. Een ruiter, mountainbiker of jogger is er sneller dan je denkt en als je hond iemand ten val brengt, ben jij verantwoordelijk.’
Uiteraard wandel je waar dat kan op het voetpad. Bij gebrek aan een voetpad of berm, moet je soms op de rijbaan stappen. ‘Doe dat dan aan de linkerkant, zodat je het aankomend verkeer kan opmerken. Plaats jezelf als een buffer tussen het verkeer en de hond, zodat het dier niet plots kan uitwijken naar een fietser of auto.’ Tenslotte geeft Lenaerts ons nog een belangrijke veiligheidstip mee. ‘Zorg dat je gezien wordt, zowel jij als je hond en ook overdag. Afleiding is alom aanwezig, daarom is het slim om extra aandacht te besteden aan je zichtbaarheid.’



