Gezondheid en voeding gaan hand in hand. In vraag & antwoord beantwoordt een adviseur van dierenspeciaalzaak Cats & Dogs jouw vragen. Je kunt ook zelf een vraag sturen naar redactie@woef.be.
VRAAG
“Na het overlijden van onze vorige hond hebben we een hele tijd geen hond meer gehad, maar binnenkort komt er opnieuw een pup. We willen ons goed voorbereiden en denken daarom nu al na over het soort voeding dat we willen geven. We weten dat we voor brokken willen gaan, maar het aanbod is zo groot dat we door de bomen het bos niet meer zien. Waaraan herken je goede hondenvoeding? En wat betekenen termen als ‘natuurlijk’ of ‘holistisch’ op verpakkingen eigenlijk?”
— Laura
ANTWOORD
Dag Laura,
Wat fijn om te lezen dat jullie aan het uitkijken zijn om een nieuwe pup in huis te halen. En al helemaal fantastisch dat jullie je goed willen voorbereiden.
Begrippen als ‘natuurlijk’ en ‘holistisch’ klinken geruststellend, maar zijn niet wettelijk vastgelegd. Dat betekent dat fabrikanten deze termen vrij mogen gebruiken, zonder dat er duidelijke criteria of kwaliteitsvereisten aan verbonden zijn. Op zichzelf zeggen ze dus weinig over de voedingswaarde, de verteerbaarheid of de geschiktheid van het product voor je hond.
De term ‘natuurlijk’ wordt vaak gebruikt om een positief gevoel op te roepen, maar betekent niet automatisch beter of gezonder. Ook ‘holistisch’ is een vaag begrip dat suggereert dat er naar het geheel wordt gekeken, terwijl dit in de praktijk sterk kan verschillen per fabrikant. Het loont dus om verder te kijken dan de voorkant van de verpakking.
Goede hondenvoeding herken je vooral aan de samenstelling. Een duidelijke, benoemde dierlijke eiwitbron is essentieel, aangezien honden voornamelijk dierlijke eiwitten nodig hebben. De ingrediëntenlijst moet logisch opgebouwd zijn, zonder overbodige vulstoffen of een lange reeks modieuze toevoegingen in verwaarloosbare hoeveelheden. Transparantie speelt daarbij een grote rol: hoe duidelijker een fabrikant communiceert over de ingrediënten en analytische samenstelling, hoe beter je als eigenaar kunt inschatten wat je voert.
Daarnaast moet de voeding afgestemd zijn op de levensfase en het activiteitsniveau van je hond. Een pup heeft andere voedingsbehoeften dan een volwassen of senior hond, en een actieve hond vraagt een andere samenstelling dan een rustige gezinshond. Uiteindelijk zijn niet de ‘marketingtermen’ doorslaggevend, maar wel hoe de hond reageert op de voeding. Een goede vertering, een stabiele ontlasting, een goede groei en een gezond energieniveau zijn de belangrijkste graadmeters.
Door kritisch te kijken naar de samenstelling van voeding én naar je hond zelf, maak je keuzes die echt bijdragen aan zijn gezondheid, los van alle mooie marketingtermen.



